Daltononderwijs; "Calandlyceum gaat niet ineens linksaf"

Het Calandlyceum als Daltonschool. Wat betekent dat nu weer? Gaat het straks allemaal helemaal anders worden op Pieter Calandlaan 182? Directeur Jan-Mattijs Heinemeijer denkt dat het wel meevalt: ‘Het Calandlyceum staat te boek als een degelijke school. Dat blijft zo, we gaan niet opeens linksaf. Maar we gaan er wel een ‘smoel’ aan geven.’

Heinemeijer is in gesprek met twee collega’s: Ingebord van der Meulen van de Louis Bouwmeesterschool en Erik Schwab van De Horizon, allebei Dalton-basisscholen in Nieuw-West. Ze zijn enthousiast over de weg die het Calandlyceum nu inslaat. ‘We hebben mooie scholen in Nieuw-West en het is mooi als we de banden verder kunnen aanhalen’, zegt Ingeborg van der Meulen. Erik Schwab: ‘Dalton is een katalysator: in Daltononderwijs ontwikkel je een gezamenlijke ‘taal’, het is duidelijk waar je als school voor stáát.’

En dat is precies waar directeur Heinemeijer op hoopt. Ook op het grote Calandlyceum is het onderwijs steeds meer in beweging. Door er de naam ‘Dalton’ aan te verbinden, moet er een logisch verband ontstaan. Dat logisch verband is ooit ontwikkeld door Helen Parkhurst, een jonge lerares die op het Amerikaanse platteland in één klaslokaal kinderen van verschillende leeftijden en verschillende niveaus les moest geven. Ze zette ze in groepjes aan het werk met projecten, leerde ze plannen en maakte hen zelf verantwoordelijk voor hun prestaties.

Heinemeijer: ‘Die manier van werken zie je bijvoorbeeld al veel terug op ons Technasium. Verder zijn onze topsportleerlingen ook al heel nadrukkelijk bezig met gepersonaliseerd leren. En verschillende docenten bij ons werken intussen ook al op andere manieren.’

Volgens Erik Schwab en Ingeborg van der Meulen is dat ook een belangrijk kenmerk van Daltononderwijs: ‘Je geeft er als school je eigen kleur aan, iedereen pakt het anders op. Maar de uitgangspunten zijn duidelijk: samenwerken, zelfstandigheid, reflectie en zelfverantwoordelijkheid. Zo benader je de dingen.’

Ook in Amsterdam zie je steeds meer scholen – ook in het voortgezet onderwijs – die varianten op Dalton of Montessori ontwikkelen. Veel kinderen en ouders zijn gecharmeerd van deze vorm van vernieuwingsonderwijs, die steeds verder af komt te staan van het aloude idee van ‘stilzitten en luisteren naar de meester’. Daltononderwijs stimuleert leerlingen om zèlf meer uit het onderwijs te halen. Als ze dat goed doen, en daar goed bij begeleid worden, werken ze tegelijkertijd aan hun ‘21st century skills’: initiatief nemen, samenwerken, reflecteren, doorzetten, presenteren, doorzetten.

Jan-Mattijs Heinemeijer: ‘We gaan met de leraren en afdelingsleiders van het Calandlyceum goed nadenken over hoe we het gaat doen. Ik wil geen kopie van een andere school worden; we worden een Cáland-Dalton. Op dat idee is door de leraren enthousiast gereageerd, de start is hoopgevend. Het streven is om het nieuwe Caland-onderwijs dan in het schooljaar 2017-2018 uit te rollen in de brugklassen, en het daarna geleidelijk de rest van de school in te laten groeien. Het is dus niet zo dat, pakweg, de tweede- en derdeklassers vanaf volgende week ineens een heel ander soort onderwijs krijgen.’

Ingeborg van der Meulen heeft er vertrouwen in: ‘Het Calandlyceum heeft vaker voorop durven lopen in het onderwijs in Nieuw-West, dus ik zie dit wel gebeuren, hoor.’ Erik Schwab kijkt ook naar de ontwikkeling uit: ‘Ik denk dat het Calandlyceum als Daltonschool een meerwaarde voor Nieuw-West zal hebben. Maar Daltononderwijs is geen ‘trucje’: je ‘doet’ het niet, je bènt Daltonschool.’ Jan-Mattijs Heinemeijer: ‘Precies, daar ben ik heilig van overtuigd. Dat diploma ga je als leerling wel halen, maar het Daltononderwijs voegt er socialisatie en ontplooiing aan toe. En daar zijn we als Calandlyceum al langer mee bezig. Die vlag met de kreet ‘Ontdek wat jij kunt bereiken’ wappert hier niet voor niets voor de deur.’

© 2019 calandlyceum ® All rights reserved. Website by Swerk online | Content en redactie: Sabine Schippers Schrijfpraktijk | het Calandlyceum staat onder het bevoegd gezag van de Stichting Progresso.